raak verhaalverhalen gersom

Mijn ontmoeting met de grondlegger van het Crisisme

“Lange leve de tegenslag!” Die slogan trok direct mijn aandacht. In een donker bovenzaaltje van de dorpskroeg meldde ik me voor wat een historische avond kon worden. Hier in Woudenberg werd een nieuwe Ideologie opgericht. Net op tijd kwam ik binnen. Ik herkende de oprichter meteen. Hij was de enige aanwezige en zat met een keurige witte das om klaar achter een lange houten tafel. Tegenover hem stonden zo’n 30 lege stoelen. Ik nam plaats op de hoek van de achterste rij. De oprichter keek een halve minuut lang zorgvuldig op zijn horloge en gaf me het woord.

‘U lanceert hier vanavond het Crisisme. Is dat nou nodig, nóg een ideologie?’ Vroeg ik brutaal.
‘Ja.’ Antwoordde hij met zo weinig twijfel dat ik voorzichtig mijn eerste velletje met vragen afscheurde.
‘Wat onderscheidt het Crisisme van het reeds bestaande aanbod?’
‘Nou, laat ik gelijk toegeven: er zijn overeenkomsten. Maar zoals u ziet, ik heb geen aanhangers. Dat kunnen mijn collega’s niet zeggen.’
‘U bent daar trots op?’
‘Trots is niet het juiste woord. Maar ik zou teleurgesteld zijn als de zaal vol zat ja.’ Mijn nieuwsgierigheid was gewekt.
‘Kunt u in één zin de essentie van het Crisisme uitleggen?’
‘Helaas meneer. Als tegenhanger van het Populisme doe ik daar niet aan mee. U zult flink aan de bak moeten als u er iets van wilt begrijpen.’
‘Crisisme is de tegenhanger van het Populisme?’
‘Jazeker. Populisme is simpel, je roept datgene wat de mensen willen horen. Maar het Crisisme staat voor datgene wat de mensen niét willen horen. En dat is nou juist de kracht. Soms moeten mensen niet doen wat ze willen, maar doen wat belangrijk voor ze is. Het is een stevig misverstand dat je gelukkig wordt als je doet waar je zin in hebt.’
‘Help me even…’ Stamelde ik, waarbij ik probeerde mijn verbazing te onderdrukken en om te zetten in een geïnteresseerde blik.
‘Nou vooruit, omdat u de enige bent. Neem nou de snoepautomaat op mijn werk. Een Twix op weg naar huis levert mij genot op tot halverwege de parkeerplaats. Maar als ik mijn zin in een ongezond tussendoortje de baas blijf, geeft me dat tot ver voorbij het derde stoplicht een voldaan gevoel. Ik word gelukkiger door niet te doen wat ik eigenlijk wil. Het is een klein voorbeeld, maar het symboliseert mijn strijd tegen het Populisme.’
‘En die strijd staat centraal in uw verhaal?’
‘Zo is dat. Het Crisisme demobiliseert de wil van het volk.’
‘Wordt de mensen daar beter van?’
‘Zonder uitzondering. Waar geen wil is, is ook geen weg nodig. Dat scheelt een hoop energie kan ik u vertellen. Languit gestrekt in het gras, heerlijk.’
‘Ik vraag me af of het volk het me u eens is.’
‘Dat komt omdat u nieuw bent hier. Maar ik zal u helpen. Het volk vindt het verschrikkelijk. Kom vooral niet aan iemands wil. De welvaart heeft onze behoeftes namelijk op hol gebracht: ik wil dus ik ben. Maar vrees niet mijn vriend, het Crisisme zal ons wakker schudden.’
‘Duurt het eigenlijk lang om een ideologie te ontwikkelen?’
‘Nou’, antwoordde de man zuchtend, ‘het is langzaam gegroeid. Het begon met een serie standpunten waar werkelijk niemand het mee eens was. Ik feliciteerde mensen bijvoorbeeld als hun geld al rond de 10e van de maand op was. Dan voelt je salaris namelijk dubbel zo waardevol zodra het gestort wordt. Terwijl het misschien maar de helft bedraagt van dat van je buurman. In feite verviervoudigt uw salaris, begrijpt u?
‘Niet echt.’
‘Precies, dat bedoel ik! Zo ging het dus elke keer. Op een gegeven moment begin je dan aan je standpunten te twijfelen. Maar toen begon de crisis en haalde ik mijn gelijk. Een verademing.’
‘Het Crisisme is voorstander van crisis?’
‘U begint het te snappen. Alhoewel u niet moet denken dat ik de crisis op wil wekken. Die komt vanzelf als het nodig is. Zie het als een soort zelfcorrectie, voor als het te goed met ons gaat.’

‘Te goed, kan dat wel?’

‘Denkt u dat ik hier voor mijn plezier zit meneer?’ De oprichter sloeg zijn handen dreigend op tafel en kwam een stuk uit zijn stoel. ‘Natuurlijk kan dat! Neem onze carrièredrift. Iedereen die een keer een compliment krijgt, wil gelijk promotie. Altijd maar door willen groeien. Levensgevaarlijk, al die ambitie. We passen niet allemaal in de top van de piramide. Onze maatschappij steunt op een stevig fundament van middelmaat.’
‘En de crisis helpt ons aan meer middelmaat?’
‘Helaas, u was er bijna.’ Teleurgesteld zakte de oprichter weer in zijn stoel. ‘Die middelmaat was er natuurlijk al die tijd al. Alleen de crisis stopt hun opmars. Door deze mensen niet te promoveren kunnen ze blijven excelleren, maar dan wel op hun eigen niveau.’

‘Dus eigenlijk pleit Crisisme voor stilstand?’
‘Stilstand zou een goed begin zijn. Maar pas met achteruitgang komen we echt verder.’ De oprichter sprak dit uit als een overtuigend slotakkoord en keek voldaan de lege zaal rond.
‘Wat zijn uw politieke ambities?’ Vroeg ik, met een toon die duidelijk maakte dat ik het slotakkoord begrepen had.
‘Ik doe mee aan de komende verkiezingen en hoop nul zetels te halen. Ik herinner u eraan dat Crisisme staat voor dat wat de mensen niet willen. Achteruitgang moet je namelijk niet willen. Achteruitgang moet je overkomen. Onvervalste tegenslag, daar gaat het om. Als je die overwint, boor je een onuitputtelijke bron van geluk aan.’

‘Ik ben u kwijt.’
‘Gelukkig maar.’